mei 29

De terugreis van de Perhentians naar Kota Bahru verliep erg nat en hobbelig. De kapitein van onze boot heeft zijn best gedaan om geen enkele golf te missen en we kwamen dan na een uurtje stuiteren op de golven drijfnat aan. Vervolgens gingen we in een busje naar Kota Bahru en onze chauffeur leek sterk op een kamikaze-piloot. Nog altijd nat en vochtig maar inmiddels ook misselijk kwamen we aan bij ons hotel in Kota Bahru. In het hotel begint die middag net een conferentie of een cursus en de tassen en koffers liggen heuphoog opgestapeld in de lobby en we worstelen ons door de mensenmassa heen naar de balie. Omdat onze kamer nog niet klaar is nemen we eerst maar een espresso en vragen we even na of het nodig is om een dag van te voren al kaartjes voor de jungletrein naar Taman Negara te kopen, die de volgende ochtend omn 5.30 uur gaat. Nou, dat bleek dus noodzakelijk want na verschillende telefoontjes bleek dat er helemaal geen plaats meer was in de trein van de volgende ochtend. Vreemd dat je wel gewoon naar een luchthaven kan gaan hier en een ticket koopt en een uur later opstijgt maar dat je voor de trein ruim vooruit moet plannen en boeken…..

Marijes ouders besluiten na de lunch de stad in te lopen maar wij hebben meer zin om lekker een boek te lezen en de foto’s van de afgelopen dagen op de website te zetten. We spreken af om elkaar rond 20 uur op de nachtmarkt in het centrum om daar lekker te gaan eten bij de vele verschillende stalletjes. Helaas blijkt de nachtmarkt zoals Marije die zich herinnerde van 5 jaar geleden (en die in alle reisgidsjes staat) niet meer te bestaan. De locatie waar de markt was in veranderd in een grote bouwput en verder is er in de stad weinig te beleven. We drinken even wat op een terrasje maar besluiten dan het luxe buffet in het hotel te verkiezen boven het eten op straat in deze toch wel vieze stad. Het buffet, en dan vooral het dessert-buffet, is geweldig lekker. Juriaan geniet erg van alle soorten toetjes en taartjes, met name die waar chocolade in zit.

De volgende ochtend vertrekken we na het ontbijt met een busje naar Taman Negara, het nationale park van Maleisie dat bestaat uit miljoenen jaren oud regenwoud. Dagelijks gaan er 2 boten vanuit Kuala Tembeling naar Kuala Tahan, het beginpunt van de verschillende trekkings door Taman Negara. We halen na een autorit van bijna 5 uur de boot van 14 uur precies en moeten nu nog 3 uur stroomopwaarts. We varen in een Sampang, een lage smalle boot waar 18 mensen in kunnen, met z’n 2-en naast elkaar, en waar alle bagage voor op de punt wordt gestapeld. Na een uurtje komt er een andere boot langszij en de achterste 2 passagiers, 2 jongens uit Londen, moeten even overstappen op de andere boot. De kapitein van onze boot haalt het bankje weg waar de jongens op zaten en begint het overtollige water uit de boot te scheppen. Na 10 minuten hozen stappen de jongens weer in en varen we verder. Weer een uur later zien we een kleine sampang langs de rivier liggen en we leggen aan, de 2 jongens weten hoe laat het is en stappen over op het zeer wankele bootje. De kapitein begint weer te hozen terwijl een aantal andere passagiers het wiebelige bootje proberen vast te houden zodat onze boot daarnaast blijft liggen en niet door de sterke stroming in de rivier afdrijft. Helaas zit iemand voorin de boot niet op te letten en laat los waardoor wij wegdrijven en de 2 Londens jongens met een verschrikt gezicht achterblijven op het kleine bootje. Na een paar minuten hozen start onze kapitein de motor weer en varen we terug naar het kleine bootje, de 2 jongens stappen weer in en we varen door. Uiteindelijk leggen we na ruim 3 uur varen bij een floating restaurant aan het begin van het dorpje Kuala Tahan. We moeten vanaf hier onze bagage eerst over de keien langs de oever van de rivier sjouwen en dan een trap van zo’n 80 treden op en daarboven staat dan een busje dat ons naar ons hotel brengt, 2 minuten rijden verderop. We zijn stijf van de lange auto- en boottocht en bezweet van het gesjouw dus we nemen een lange douche!

‘s Avonds lopen we in een minuut van 10 van ons hotel naar de floating restaurants op de rivier. Onderweg worden we nog even opgeschrikt door een slang die vlak voor ons de weg oversteekt. Juriaan, als fervent slangen- en spinnenhater, moet even slikken en is blij dat we hier maar 2 nachten blijven ;-) .

De volgende ochtend nemen we een bootje naar de overkant van de rivier en gaan op weg naar de Canopy Walkway: een 450 meter lange brug op 25 tot 40 meter hoogte tussen de boomtoppen. Na een wandeling van een half uurtje komen we aan bij het begin van de Canopy Walk en moeten daar wachten tot een buslading Nederlanders naar boven is geklommen en in groepjes van 4 wordt toegelaten tot de hangbruggen. Na een minuut of 20 mogen wij met z’n vieren naar boven. Het valt gelukkig erg mee met de hoogtevrees van Juriaan en Marijes moeder op 40 meter boven de grond op een soort touwbrug. De bruggen gaan van boom naar boom waar steeds een klein platformpje is gebouwd. Op elk platform mogen maximaal 4 mensen staan en er ontstaat al snel een file waardoor we regelmatig minutenlang moeten wachten op een platform of op de bruggen zelf.

Tegen lunchtijd zijn we flink bezweet door de warmte en het geklim in de jungle terug aan de rivier. We lunchen met z’n vieren en Juriaan en Marije besluiten ‘s middags lekker te relaxen in het hotel terwijl Marijes ouders terug de rivier overgaan voor een wandeling van een uur of 3 naar een mooi uitkijkpunt boven de jungle. Als Marijes ouders tegen 18 uur terug zijn in het hotel hebben ze mooie dingen gezien maar zitten ze ook onder de modder, nadat ze een stevige bui tijdens de wandeling hadden gehad, en onder de plekjes van de bloedzuigers. Wij hadden nog wel anti-bloedzuiger-sokken gekocht in Sandakan toen we in Borneo de jungletocht gingen maken maar die zijn we vergeten om aan ze te geven….. Na weer een prima maaltijd met soep, noodles, fried rice en pannekoeken en bananen-cholade-shakes toe gaan we terug naar ons hotel waar de kinderen die de hele middag al rondrenden (en zelfs onze kamer inkwamen waarna ze fysiek verwijderd moesten worden) nog steeds wakker bleken ;-(

De volgende ochtend ging onze boot terug naar Kuala Tembeling om 9 uur. Als we opm 8.30 uur bij het floating restaurant aankomen waar vandaan we vertrekken blijkt dat die nacht het water in de rivier sterk is gestegen als gevolg van veel regen stroomopwaarts. Het water is alweer aan het zakken maar tijdens het hoge water zijn er 2 boomstammen onder het floating restaurant gedreven waar wij moeten zijn en toen het water zakte is het restaurant aan 1 kant op de boomstammen blijven liggen en ligt helemaal scheef. De eigenaar van het restaurant pakt een kettingzaag en probeert de enorme boomstammen door te zagen. De andere mannen in de buurt pakken er een stoel bij, gaan op hun hurken zitten en roken een sigaret terwijl ze toekijken hoe de eigenaar in zijn eentje probeert zijn restaurant weer recht te leggen. Helaas heeft de kettingzaag meer onderhoud nodig dan dat er gezaagd kan worden dus als wij na een half uur vertrekken zijn ze nog geen stap verder met het klein krijgen of verwijderen van de boomstammen.

Eenmaal op de rivier blijkt ook dat onze buitenboormotor nogal wat onderhoud nodig heeft. Na een uur slaat de motor af en de kapitein is een kwartier bezig om hem uit elkaar te halen, schoon te maken en weer in elkaar te zetten voor hij het weer doet. Ondertussen drijven wij langzaam met stroom mee. Een half uurtje later valt de motor weer uit en deze keer duurt het wel een half uur voor de boel het weer doet. Na bijna 3 uur zien we de steiger in de verte maar dan valt de motor weer uit. Na een kwartiertje zien ze ons op de steiger en wordt er een andere boot gestuurd om ons het laatste stukje te slepen. De tocht stroomafwaarts die maar 2 uur zou duren heeft uiteindelijk bijna 3 uur geduurd als we aanleggen. Er staat een 4-wheel-drive voor ons klaar om ons naar de Cameron Highlands te brengen. De rit zal zo’n 5 uur duren waarvan de laatste 2 uur flink berg op, vandaar de 4-wheel-drive. Het is achterin behoorlijk krap zitten en we zijn dan ook blij om onderweg af en toe even de benen kunnen strekken bij een tankstation of bij een Maleisisch wegrestaurant waar ook alle bussen van Kuala Lumpur naar Kota Bahru stoppen. Als we na een snelle lunch aan het laatste deel van de rit beginnen stroomt het van de regen. Langs de weg liggen hele diepe goten waar het rode water (door de enorme erosie die ook erg goed zichtbaar is) doorheen kolkt. Als er een bocht in de goot zit, er een steen in ligt om een boomtak in hangt loopt meteen de hele straat onder het rode regenwater.

Het is min of meer droog geworden als we in ons hotel aankomen: Ye Old Smokehouse. Een sprookjesachtig Engels koloniaal hotel uit 1937 dat nog bijna helemaal in originele staat is. We nemen een uitgebreid bad en bestellen snel bier en wijn, want dat konden we in Kota Bahru en Taman Negara niet krijgen dus we staan al 3 dagen “droog” ;-)

Zondagochtend gaan we golfen. Ons hotel ligt naast de enige golfbaan van de Cameron Highlands. We huren sets en trolleys en gaan van start. Er is geen driving range dus een beetje inslaan doen we maar gewoon op de eerste hole. Juriaan golft wel regelmatig in Nederland maar Marije heeft het al meer dan een jaar niet meer gedaan en Marijes ouders hebben 5 jaar geleden voor het laatst een clinic van een halve dag gehad. Het is dus even wennen in het beginnen maar uiteindelijk hebben we allemaal wel een paar holes waar we lekker op gespeeld hebben. We lunchen laat in de tuin van ons hotel want ‘s avonds gaan we eerst de Grand Prix van Monaco kijken in de bar en daarna, dus tegen 21.30 uur, pas aan tafel. Helaas verloopt de race langzamer dan verwacht en gaat de keuken van het restaurant om 21.30 uur dicht dus 10 ronden vo0r het einde worden we geroepen dat ons voorgerecht geserveerd wordt. Juriaan loopt na het voorgerecht nog even terug naar de bar en ziet de laatste ronde van de race nog net.

Vanochtend hebben we de limousine-service van het hotel gebruikt om zich naar Kuala Lumpur te laten brengen, Marijes ouders blijven nog 5 dagen in de Cameron Highlands voor ze zaterdagavond terug naar Nederland vliegen. We hebben ruim 5 weken door Maleisie getrokken en we vonden het (weer) heerlijk! Morgenochtend vroeg vliegen we naar Chang Mai in Thailand en daarna door naar Bangkok.

mei 24

De laatste avond in Melakka gaan we eten bij de beste Italiaan van de regio. We bestellen gezellig wat antipasti en gaan dan op zoek naar de wijnkaart. Helaas verkoopt dit Italiaanse restaurant geen wijn (?!?). Want als ze wijn zouden verkopen moeten ze per fles een extra belasting betalen en daar hebben ze blijkbaar geen zin in. Maar wij hebben wel zin in wijn….. We lopen even terug naar ons hotel en halen daar in de bar een fles wijn en het restaurant zet alleen de extra belasting op de rekening. Tijdens het uitzoeken van de voorgerechten zit Juriaan al te dromen over een tiramisu die op de dessertkaart staat. Na een heerlijke maaltijd bestelt hij een tiramisu, en nog nooit hebben wij hem na de eerste hap zo vies zien kijken: de kok heeft namelijk geen mascarpone gebruikt, zoals het hoort, maar gorgonzola en Juriaan gruwelt zoals bekend van blauwe kaas in welke vorm dan ook maar vooral in het toetje waar hij zich zo op verheugd heeft ;-)

Na het eten lopen we nog even een stukje door de stad en komen daar op de wekelijkse Chinese nachtmarkt terecht. Het is druk op straat en er wordt werkelijk van alles verkocht: de bekende nep-merk-horloges, medicijnen, eten en huisdieren. Verder staat er een groot podium waarop in het Chinees de bevolking hun Karaoke-kunsten vertoont. Na een laatste drankje gaan we terug naar het hotel want we worden de volgende ochtend om 5 uur opgehaald om naar de luchthaven te gaan.

Om kwart over 5 komt eindelijk het busje aan dat ons naar de luchthaven in KL kan brengen om naar Kota Bahru te vliegen. Het busje heeft geen vering en flink misselijk komen we even voor 7 uur aan op de luchthaven. We checken in en een uur later stijgen we op, op weg naar Kota Bahru en vanaf daar naar de Perhentian Islands. Vanaf de luchthaven is het nog een uur met een busje (deze keer met iets betere vering) en dan nog een dik half uur op een bootje voor we aangekomen zijn op ons tropsich eiland: Pulau Besar ofwel het grote eiland van de Perhentian Islands. Het weer is alleen nog niet zo tropisch, het is zwaar bewolkt en waait flink. Maar het zeewater is een prettige 30 graden dus ‘s middags zwemmen we wat, lezen we een boek en regelen we het duiken voor de volgende dag.

Als we ‘s ochtends wakker worden is het weer wat opgeknapt: er hangt wat sluierbewolking maar daar komt de zon in de loop van de dag wel doorheen. We gaan duiken bij Seahorse Dive Center naast ons resort. Het is een piepklein duikschooltje met 2 instructeurs en 2 bootjes. We duiken met een aantal Nederlanders die in Maleisie wonen en een cursus doen en 3 knullen uit Singapore. Het zicht onder water is slecht: vergelijkbaar met de slechte dagen op Lankayan, maar we vinden het heerlijk om na een week weer onder water te zijn. ‘s Middags is de zon echt doorgebroken en we relaxen heerlijk op het strand, de een onder de parasol en de anderen in de zon op hun strandbedjes.

Als we de volgende ochtend wakker worden regent het en het waait weer flink. Zo ver je kan kijken is de lucht donkergrijs en het ziet er niet naar uit dat het op korte termijn zal opklaren. Juriaan en Marije gaan duiken terwijl Marijes ouders besluiten de gepalnde jungle wandeling op het eiland maar even te laten voor wat het is. Het zicht onder water is onverwacht goed en we doen die ochtend 2 mooie duiken: op een wrak dat 4 jaar geleden gezonken is en rond een aantal rotsen waarvan de punten net boven water uitsteken. Na een warme douche na het duiken hebben we eigenlijk geen zin om ‘s middags weer zo koud te worden in de slagregen op het open bootje (onder water is het aanzienlijk warmer dan erboven) dus we blijven aan land en lezen wat en gaan rond een uur of 4 over op bier en kaartspelletjes. Het is een gezellige middag en avond maar we hopen we op mooier weer op onze laatste dag.

En de volgende ochtend schijnt de zon en is de lucht zowaar blauw! Dit wordt een echte tropsiche dag. Juriaan en Marije maken weer 2 duiken en Marijes ouders gaan ‘s ochtends de jungle in en kunnen via een paar paden (die niet altijd duidelijk te herkennen zijn als paden) naar een strand om de hoek lopen, door de dichte, vochtige en steile jungle. Na de lunch strijken we neer op de strandstoelen die we als echte toeristen ‘s ochtends al hebben geclaimd door er een handdoek op te leggen ;-) . Als je geen handdoeken neerlegt voor een uur of 9 ‘s ochtends (ten minste als het niet giet van de regen) dan zit je de rest van de dag in het zand….

We pakken nu onze spullen en vertrekken om 12 uur met de boot en daarna een busje naar Kota Bahru waar we morgenochtend om 5.30 uur de jungle trein nemen naar Taman Negara: het nationale park met tropsich regenwoud midden in Maleisie. Het wordt dus weer vroeg opstaan en een lange reisdag maar we kijken wel uit naar een paar dagen echte jungle.

mei 19

Er is een nieuwe foto map in de gallerij met foto’s van het vaste land van Maleisie. Hierin staan de foto’s vanaf Kuala Lumpur en Malakka.

mei 19

Na 2 vluchten van respectievelijk 1 en 2,5 uur waren we Kuala Lumpur. We hadden een heerlijk luxe hotel geboekt in de Golden Triangle, het business & commercial district. De douche was zo geweldig, zeker in vergelijking met de nauwelijks verwarmde straaltjes van de afgelopen weken, dat we er eindeloos hebben onder gestaan. De eerste avond in KL hadden we voor Juriaan een gelukje: het was Formule 1 Grand Prix en wij hadden satteliet televisie. Dus zijn we heerlijk op ons bed geploft en hebben we ons laten verwennen met wat room service.

De volgende dag moesten we behoorlijk wat klusjes doen zoals de voorraden shampoo, batterijen en tandpasta aanvullen en tickets omzetten en boeken naar Cambodja. Rond 17 uur waren Marijes ouders aangekomen bij het hotel en hebben we heerlijk bijgekletst op een terrasje onder het genot van een Tiger biertje. ‘s Avonds maar meteen echt Maleisisch gegeten: steamboat. Dit is een soort Chinees fondue: een grote pan boullion op tafel waar vlees, vis, garnalen en groente in gaan die je er met een netje (of voor de echte professionals met stokjes) uitvist. Nadat de lekkere hapjes op zijn is de boullion veranderd in een heerlijke soep. En je eindigt de maaltijd dus met een paar kopjes zelfgemaakte soep.

Na een uitgebreid ontbijt, met bruin brood en kaas, zijn we naar de Petronas Twin Towers gelopen. Daar kon je kaartjes krijgen om de Sky Brigde tussen de 2 torens op te gaan. Maar omdat er maar een beperkt aantal mensen per uur op mag kregen wij kaartjes voor 13.30 uur. Dus eerst maar naar Menara KL gegaan, de hoogste televisietoren van de wereld (een soort Euromast). Vanaf 276 meter hoogte heb je een goed uitzicht over heel Kuala Lumpur en de heuvels buiten de stad. Gelukkig was de mist die er ‘s ochtends vroeg hing inmiddels opgetrokken en konden we behoorlijk ver kijken. Om 13 uur een taxi terug genomen naar de Twin Towers en de stad, en de constructie van de Twin Towers zelf vanaf de Sky Bridge bekeken. Na de lunch hebben de middag besteed aan de favoriete tijdsbesteding van iedereen in Kuala Lumpur: winkelen. Marije en haar moeder gingen voor kleding en sieraden en de heren gingen op zoek naar een digitale camera (de analoge camera van Marije haar vader had de vliegreis niet overleefd). Rond 19 uur hebben we elkaars aankopen bewonderd aan de rand van het zwembad. Na een lekkere douche lekker gaan borrelen in de Jazz Lounge in Starhill Shopping Mall tegenover ons hotel. Om 22 uur gingen we aan tafel in een zeer bijzonder Aziatisch restaurant, in dezlfde Shopping Mall, Jogoya. Het restaurant serveert 500 gerechten die ter plekke worden klaar gemaakt door een heel leger aan koks die druk staan te koken en te bakken achter een van de vele buffetten. De koude hapjes, zoals Sushi, Sashimi en oesters kan je zelf pakken. Als je een warm gerechtje wil laat je een klipje met je tafel nummer in een bakje bij de buffetten achter en komen de koks het 10 minuten later versgebakken of -gekookt aan je tafel brengen. Na 22 uur was het ook nog eens happy hour en voor elk biertje dat we bestelden kregen we er 2 extra bij. We hadden heerlijk gegeten en tegen 1 uur staken we de straat over, terug naar ons hotel.

Onze laatste dag in Kuala Lumpur hebben we doorgebracht met meer sightseeing en shoppen. ‘s Avonds zijn we met de monorail naar Chinatown gegaan waar Juriaan 2 prachtige IWC-horloges op de kop heeft getikt ;-) In Chinatown kun je uiteraard zeer goed authentiek Chinees eten en dat hebben we dan ook gedaan in de Old China Cafe. Een restaurantje in een oud pand waar alles wat er staat ook te koop is, van het bestek tot de tafels, stoelen en kasten.

Donderdagochtend hadden we een mini-busje geregeld die ons naar Melakka kon rijden. Het eerste deel van de 2 uur durende rit goot het van de regen en zagen we niet veel maar in de buurt van Melakka begon het op te klaren. Melakka is een eeuwenoud havenstadje aan de Straat van Melakka (wat betreft piraten zo’n beetje het gevaarlijkste stukje zee ter wereld). Door de strategische ligging is Melakka overheerst geweest door de Chinezen, Portugezen, Nederlanders en uiteindelijk de Britten. In het oude stadscentrum staan dan ook heel veel oude koloniale gebouwen zoals de Nederlandse kerk, het Stadhuys (dat ook nog altijd echt zo heet), de Portugese haven en restanten van het Britse treinstation. Na een wandeling door de oude stad en een verfrissend drankje om weer af te koelen tot de meer menselijke temperatuur van 37 graden, stappen Marije en Juriaan in een rikshaw om zich nog een half uurtje door de stad te laten fietsen. We worden tegen borreltijd afgezet bij ons hotel: een schattig Boutique hotel uit 1876 met een goede bar in de tuin en zwaluwen die nestjes bouwen in de hal en af en toe vlak over je hoofd scheren. Op het terras in de tuin maken we een Autralisch flesje Chradonnay soldaat en nemen dan een taxi naar de buitenwijk om bij een gespecialiseerd Melakka-restaurant te gaan eten waar alleen lokalen komen. Er zaten inderdaad alleen lokalen in het met TL-verlichte restaurant met plastic tafels en stoelen. Het eten was wel OK maar we hadden in Kuala Lumpur wel beter Maleisisch en Chinees gegeten.

Als we de volgende ochtend gaan ontbijten is het nog droog maar zodra we de ontbijtzaal uitlopen stroomt het van de regen. We pakken onze regenjassen en poncho’s, lenen een paar paraplu’s bij het hotel en toch maar op weg naar de Nederlandse kerk met graven van vooraanstaande Nederlanders uit de 17e eeuw. De grafschriften zijn in het oud-Nederlands geschreven en de kerk heeft zijn beste tijd wel gehad, er zit bijvoorbeeld maar gedeeltelijk een dak op, de rest van het dak is verdwenen. We drinken een kop koffie en stappen dan in een bootje om een rivier-tochtje door de stad te maken. De boot vertrekt pas als er 8 passagiers zijn maar de kapitein verzekert ons, we zijn inmiddels met z’n zessen, dat er nog een groep van 8 Japanners onderweg is naar de boot. Juriaan heeft geen zin om te wachten op de Japanners en wil niet te laat komen voor de nek-en-rug-massage die hij bij de Spa van het hotel geboekt heeft rond lunchtijd, en koopt de kapitein om, om zonder de Japanners te vertrekken. We varen langs gedeeltelijk mooi gerestaureerde huizen maar ook gedeeltelijk langs sterk vervallen huisjes. De gids op de boot vertelt dat er een plan is om een boulevard langs de rivier aan te leggen en alle huizen te renoveren, dit moet allemaal in 2009 klaar zijn maar als we naar de bouwvakkers kijken die bezig zijn langs de rivier lijkt ons dit een zeer ambitieus plan ;-)

Morgenochtend vertrekken we om 5 uur naar de luchthaven om naar de Perhentian Islands te gaan om lekker een paar dagen te zonnen en te duiken.

mei 15

Na een vlucht van 40 minuten, een autorit van een uur en een boottocht van 3 kwartier waren we rond lunchtijd op Mabul (www.sipadan-mabul.com.my): een klein eiland 20 minuten varen (bij een rustige zee, anders kan het wel een uur duren, maar daar komen we zo nog op terug) van Sipadan, een van de mooiste duikplekken op aarde. We werden ontvangen door een Japanse divemaster, Mika, en kregen een briefing en lunch. Helaas bleek dat iedereen net op het punt stond om te vertrekken voor de 3e duik van de dag, dus voor ons geen duik die dag. Met een vers ananas-sapje aan het zwembad was het overigens ook prima uit te houden. Na een wandeling door het resort kwamen we wel tot de conclusie dat dit resort veel groter en massaler was dan elke andere plek waar we deze reis hadden gezeen. Er stonden meer dan 50 huisjes en ze hadden dan ook niet allemaal de beloofde sea-view (ons uitzicht vanaf onze veranda was op de achterkant van de huisjes die wel seaview hadden en dan vooral op hun airconditioning-units die aan de buitenwand gemonteerd waren). Er werd met 10 boten uitgevaren voor het duiken iedere dag en gemiddeld zaten op een boot 10 tot 14 duikers, dus het was behoorlijk druk.

Maar wij hadden geluk, de volgende ochtend voeren we om 8 uur uit (ja, we zijn echt ochtendmensen aan het worden want dat betekent om 6.15 uur opstaan) naar Sipadan met divemaster Mika en 4 andere duikers, een grote luxe zo’n kleine groep. We genoten van de eerste duik op Sipadan (op Whitetip Avenue, een van onze favoriete duikplekken toen we hier bijna 3 jaar geleden ook waren). Het zicht onder water was fantastisch: meer dan 40 meter. En overal waar je keek schilpadden en haaien. Na de eerste duik legden we aan bij de steiger van Borneo Divers, een van de resorts die vroeger op Sipadan waren (naast het resort waar wij 3 jaar geleden zaten). Op het strand stonden zeker 100 duikers een kop koffie te drinken. We mochten maar een heel klein stukje lopen vanaf de steiger, de rest was afgezet met rood-witte linten en werd bewaakt door militairen. Het was wel even gek om te zien dat alles wat er 3 jaar geleden stond nu was afgebroken op de steiger en de restaurants van Borneo Divers en Pulau Sipadan Resort (waar wij zaten) na. Na de koffie weer op de boot en naar South Point, een van onze andere favoriete spots, voor een 2e duik. Wederom prachtig met enorm veel vis, haaien en schildpadden. ‘s Middags nog een duik bij Mabul waar het zicht door de zandbodem een stuk slechter was en het onderwaterleven ook wat minder indrukwekkend, ongeveer vergelijkbaar met wat we op Lankayan hadden gezien. ‘s Avonds nog een biertje (6,6 dl. flessen) op de jetty, een hapje eten en dan vroeg slapen want de volgende dag zouden we om 5.30 uur uitvaren in de hoop hamerhaaien te zien bij zonsopgang bij Sipadan.

De wekker ging om 4.45 uur en om 5.30 uur zaten we inderdaad op de boot op weg naar Sipadan. We gingen het water in en zwommen de eerste 10 minuten weg van het rif, in de hoop hamerhaaien te zien. Op een meter of 30 diepte dachten we na 10 minuten dat we voor niets vroeg op waren gestaan tot we ons omdraaiden en 10 hamerhaaien schuin onder ons rondjes zagen cirkelen! GEWELDIG! Na een paar minuten hadden ze in de gaten dat deze 6 duikers geen lekker ontbijtje zouden zijn dus vertrokken ze de diepte in. We maakten een onder water vreugde-dansje en zwommen terug naar het rif waar de andere haaien toch ineens minder indrukwekkend leken ;-) Rond 7 uur legden we aan bij de steiger op Sipadan voor koffie maar de militairen stuurden ons weg, er bleek iets mis te zijn met het permit dat ons resort voor ons had aangevraagd om op Sipadan te duiken. Dus dan maar terug naar Mabul om daar te ontbijten en nog 2 duiken te maken.

De volgende ochtend blijven we na onze eerste duik maar op de boot om koffie te drinken om het niet weer te riskeren dat we worden weggestuurd van Sipadan. En na een kop koffie en een 2e duik gaan we terug naar het resort om ‘s middags nog een duik te maken bij Mabul. Na de 3e duik duiken we even het zwembad in en maken ons dan klaar voor een sunset duik waarbij we hopen Mandarijn-vissen te zien. Dit zijn kleine kleurrijke visjes die zich overdag verstoppen in het koraal maar rond zonsondergang naar buiten kruipen om te paren. Als we om 5.45 uur het water in gaan liggen er al 4 duikers met hun neus en camera’s in het koraal, wij passen er nog net bij. Na een paar minuten komen meerdere Mandarijn-vissen uit het koraal en zoeken een partner om mee te paren. Het is bijna een beetje genant om daar met 10 duikers met je neus boven op te zitten maar het is een prachtig schouwspel. Na deze duik gaan we douchen en eten om weer op tijd naar bed te gaan want we gaan de volgende ochtend weer om 5.30 uur naar Sipadan, deze keer niet voor de hamerhaaien (die andere groepen die een dag na ons zo vroeg zijn gegaan overigens niet zien) maar voor de grote school Bumphead Parrotfish.

En weer hebben we ‘s ochtends vroeg geluk, we vallen rond 6.15 uur achterover van de boot en zien meteen een school van 40 Bumphead Parrotfish. Wat het weer betreft treffen we het deze ochtend overigens minder. Als we om 5.30 uur op de boot stappen giet het van de regen en waait het stevig. Deboottocht duurt dan ook 2 keer zo lang als de andere dagen. We krijgen het ondanks onze wetsuits met name door de striemende regen en windvlagen behoorlijk koud op de boot en het is dan ook een verademing om het water in te gaan dat hier zo’n graad of 29 is. Als we na de eerste duik boven komen regent het nog steeds. We blijven op de boot om koffie te drinken (maar vooral om de warme beker dampende oploskoffie vast te houden om een beetje warm te blijven). Maar deze keer komen de militairen ons halen om te zeggen dat we vandaag wel op het eiland mogen koffie drinken en daar kunnen we een beetje schuilen onder een afdakje tegen de regen en wind. We maken een 2e duik en als we boven komen is het iets minder gaan regenen. Inmiddels zijn een aantal andere boten van ons resort ook aangekomen bij Sipadan en we pikken dozen en zakken met lekkere dingen voor ontbijt op bij een van de andere boten en varen naar Kapalai, een resort gebouwd op een zandbank vlakbij Mabul. Daar ontbijten we en maken we een 3e duik op het huisrif van dit resort. Als we ‘s middags een siesta houden aan ons zwembad is de zon gaan schijnen en warmt het weer aardig op.

Onze laatste dag worden we weer wakker door de enorme harde wind. Er staan witte koppen op de golven en we horen bij het ontbijt dat de boottocht naar Sipadan zeer oncomfortabel wordt en zomaar anderhalf uur kan duren en het zicht er onderwater waarschijnlijk ook niet beter op is geworden. We besluiten onze laatste 2 duiken op Mabul te maken. Daarna hangen we onze duikspullen te drogen en gaan we lekker aan het zwembad liggen met een vers ananas-sapje. Na het eten trekt de wind nog verder aan en rond 21 uur pakken we onze duiktas in en zetten we hem binnen in de duikschool. Dan lopen we naar het andere kant van het eiland naar een ander resort waar we misschien mobiel ontvangst hebben aan het einde van hun steiger, tenminste als het weer goed is. We hebben inderdaad even 1 streepje ontvangst op de mobiel en dan niets meer. Met name Marije is hevig teleurgesteld dat we niet kunnen bellen omdat Willemijn en Leander ongeveer rond deze tijd getrouwd zijn en we ze zo graag even wilden spreken. We voelen de eerste regendruppels en realiseren ons dat we nog zeker 10 minuten terug moeten lopen. Inmiddels is het aan de horizon enorm gaan onweren en we besluiten snel terug te lopen naar ons eigen resort en te kijken of we de satteliet-telefoon daar kunnen gebruiken om toch even te bellen. Halverwege worden de regendruppels groter en we rennen het laatste stukje naar ons resort. Als we in het restaurant, waar ook de telefoon is, even zitten uit te blazen valt de stroom uit. Het hoost van de regen inmiddels en het waait niet meer, het stormt. Na een half uurtje is de stroom nog niet weer aan en we realiseren ons dat bellen niet gaat lukken. We lenen 2 paraplu’s van de staf en lopen door enkel diepe plassen naar ons huisje om onze tassen te gaan pakken, want we vertrekken de volgende ochtend om 6.30 uur naar het vasteland.

‘s Ochtends is het droog maar de wind is nog niet gaan liggen en de golven zijn stevig. We hebben inmiddels gehoord dat er een tropsiche typhoon over de Filipijnen trekt en wij daar van een uitloper langs hebben gehad de dag daarvoor. Op de boot krijgt Juriaan dan ook na een paar minuten al een flinke golf over zich heen en is doorweekt.

Als we om 7.15 uur op het vasteland zijn stuur ik Willemijn en Leander maar een sms want ik heb geen idee of ze om 1.15 uur ‘s nachts Nederlandse tijd nog aan het feesten zijn of al thuis zijn en niet gestoord willen worden. Een paar minuten later, als we in het busje op weg naar de luchthaven zitten belt Mirabel: het feest is bijna afgelopen en ik kan Willemijn en Leander toch nog even spreken op hun trouwdag, ze klinken dolgelukkig!

We vliegen naar Kuala Lumpur waar Marijes ouders de dag daarna ook zullen aankomen en dan gaan we 2 weken met z’n vieren rondtrekken.

mei 07

We zouden om 8.30 uur opgehaald worden in ons hotel dus we zaten om 8.15 uur klaar voor vertrek, samen met tientallen andere toeristen die ook op een pick up zaten te wachten. Om 8.45 uur was iedereen weg en waren wij nog alleen over. Na een telefoontje naar de travel agent waar we in Kota Kinabalu de jungle-trip hadden geboekt bleek dat het hotel waar we zaten tegen ze had gezegd dat er geen Marije Wolsink of Juriaan Kellermann was. Uiteindelijk werden we om 9.10 uur opgepikt en moesten we ons haasten om voor 10 uur in Sepilok te zijn, een Oerang Oetan Rehablilation Center. In de brandende zon tussen misschien 100 andere toeristen (waaronder een stuk of 8 die we op Lankayan hadden ontmoet) zagen we hoe de Oerang Oetans gevoerd werden. Zo’n 15 Oerang Oetans kwamen af op de bananen en de melk (voor de allerkleinsten) en dat is ongever de helft van de totale populatie in het centrum. Naast de Oerang Oetans kwamen er ook de nodige Long-tail Macaks en Pig-tail Macaks een graantje meepikken van het eten. Met name de Pig Tail Macaks waren behoorlijk nieuwsgierig en kwamen gewoon tussen de toeristen doorlopen. Na een klein uurtje zweten bij de Oerang Oetans stapten we weer in de minivan waar we onze reisgenoten ontmoetten, een Iers Hoenymoonstel van onze leeftijd.

We werden terug naar Sandakan gereden waar we een lunch kregen en nog snel een regenjas (of eigenlijk 2 knalroze poncho’s met reflectrend gele strepen op de rug) konden aanschaffen want het was inmiddels al begonnen met regenen. Verder ging onze chauffeur leeches-socks (anti-bloedzuiger-sokken) voor ons kopen en na de lunch werden we naar de boot gebracht. Om 13 uur varen we uit, op weg naar Sukau Rainforest Lodge, 2,5 uur stroomopwaarts over de Kinabatangan River. Onder weg zien we al de eerste Proboscis Monkeys, een soort die alleen op Borneo voorkomt. Het zijn apen met een hele grote neus en een enorm dikke buik. De lokale bevolking noemt ze Dutch Monkeys omdat ze hen doen denken aan de Nederlanders die tot halverwege de vorige eeuw in grote getale op Borneo waren (met name landeigenaren uit het aangrenzende Kalimantan wat van Indonesie is en missionarissen die zieltjes voor de kerk kwamen winnen). We krijgen onderweg nog een stevige regenbui op ons dak, maar gelukkig heeft deze boot een dakje en hoeven we niet meteen onze afzcichtelijke poncho’s aan.

Bij de lodge worden we ontvangen met een lekker verfrissend koud doekje en een vruchtendrankje en krijgen we een briefing. Hierin wordt onder andere verteld dat je bij het diner geacht wordt om de sarong die in je kamer ligt te dragen en we krijgen een demonstratie hoe de sarong geknoopt moet worden (wat overigens voor mannen en vrouwen net anders is). Een half uurtje later stappen we in een klein bootje voor onze eerste river safari. Op een zij-riviertje van de Kinanbatangan River zien we verschillende soorten apen die door de verrekijker goed te zien zijn maar vaak net te ver weg zitten om goed te kunnen fotograferen.

Bij terugkomst trekken we onze sarong aan en Juriaan is nog wat onwennig als we ermee naar het einde van de jetty lopen voor het diner. Na het diner kleden we ons weer om en gaan we op nachtsafari (weer met een bootje). De lokale gids heeft een sterke schijnwerper en probeert voor ons beesten te zoeken in de bodem en op de oevers van de rivier. We zien een paar vogels, wat apen en een zwemmende rat maar eigenlijk zijn we allebei al behoorlijk gaar van de hele dag op houten plankjes zitten in verschillende bootjes. We neme nog 1 afzakkertje als we terug zijn en gaan dan slapen want we worden om 5.30 uur gewekt voor een sunrise safari.

En inderdaad om 5.30 wordt er stevig op de deur gebonst. We stappen om 6 uur in de boot gewapend met regenjassen, leeches-sokken en regenlaarzen die we lenen bij de Lodge want we gaan niet alleen varen maar ook lopen. Helaas blijkt dat het riviertje naar het pad dat we gaan lopen geblokkeerd is door een omgevallen boom dus het blijft wederom bij varen. Juriaan is eigenlijk wel opgelucht want hij zag wel wat op tegen de bloedzuigers, spinnen en slangen in het bos. Marije is vooral opgelucht omdat ze nu niet een uur op veel te grote regenlaarzen hoeft te lopen (ze hadden alleen de maten 38. 40, 42 en 44).

ALs we terugkomen krijgen we een Engels ontbijt met eieren, toast, worstjes en witte bonen in tomatensaus. Om 11 uur doen we een korte wandeling door de achtertuin van de lodge waar ze een boardwalk hebben gebouwd van zo’n 700 meter, de jungle in. We krijgen uitleg over alle soorten planten en bomen en tips over wat wel en niet te doen als je de weg kwijt raakt in de jungle. Juriaan test nog even of Lianen echt zo sterk zijn dat ze Tarzan zouden kunnen dragen, en dat blijken ze te zijn. ‘s Middags doen we weer een bootsafari maar deze keer is er minder te zien langs de rivier, waarschijnlijk vanwege het dreigende onweer. Onze gids vaart een flink stuk in de hoop dat we olifanten zien die een bad nemen in een van de zijriviertjes (ze waren daar een paar dagen voor dat wij er waren voor het laatste gezien), maar helaas geen olifanten voor ons.

We kleden ons weer om (in de sarong) en gaan aan tafel. Na het diner krijgen we een presentatie over het gebied, de Lodge, Ecotoerisme en de dieren in de jungle. De presentatie is een tikje belerend en de foto’s van de dieren niet veel indrukwekkender dan wat we zelf hebben gezien. We zakken ‘s avonds door het het Ierse honeymoon-stel en een net getrouwd stel, beide politieagenten, uit Londen. De verhalen over de politie in Londen zijn soms adembenemend en soms erg lachwekkend, we hebben een heerlijk ontspannen avondje in lekker zachte banken die we wel kunnen gebruiken na uren op een houten bankje in een boot te hebben gezeten.

De volgende ochtend varen we in 2 uur terug naar Sandakan waar we gaan lunchen bij The English Tea House waar we zelf enkele dagen daarvoor ook al erg hadden genoten. We nemen weer een heerlijke ijskoffie, vers ananas-sap en als toetje de Soft-Centered Chocolate Cake waar Juriaan zich al weer een dag of 2 op verheugd had. We nemen afscheid van de Ieren, de politieagenten en een wat ouder Schots echtpaar als zij de City-tour gaan doen van Sandakan. Wij hadden zelf al een ochtend door de stad geslenterd en de highlights gezien. We checken in in ons 4-sterren hotel en duiken het zwembad in. Heerlijk om weer even lekker schoon te kunnen worden!

Morgen vertrekken we (via Tawau en Semporna) naar Mabul om te gaan duiken bij Mabul, Kapalai en vooral Sipadan. Na 5 dagen land hebben we echt weer zin in onder water ;-)

Een aantal foto’s van de de jungle tocht hebben we (met het nodige geduld vanwege een zeer trage internetverbinding) op de site gezet in de foto gallery van Borneo.

mei 04

Een selectie van onze (onder water) foto’s van Lankayan staan in de Foto Gallery onder Borneo. We houden het bij een kleine selectie vanwege de lage upload snelheid van onze computer maar ook door het soms slechte zicht onderwater ;-)

mei 04

Na 11 dagen hebben we alweer een tropisch eiland achter ons gelaten. De dagen hadden een vast ritme van opstan – ontbijten – duiken – relaxen – duiken – lunchen – relaxen – duiken – avondeten – relaxen & slapen. Lekker overzichtelijk ;-)

11 dagen blijven bleek relatief lang want we hebben heel veel mensen zien komen en gaan en na een kleine week was iedereen die er was toen we aankwamen weg. Op Lankayan kwamen mensen van heel diverse pluimage: een Duits gezien met een zoon die in Shanghai woonde, een Duits stel dat in Engeland woonde, een groep Duitsers die volgens de duik-t-shirts die ze droegen al zo’n beetje over ter wereld onder water waren geweest, een grote groep uit Singapore, een Japans gezin dat met z’n 4 gewapend met 4 fotocamera’s en een videocamera 5 duiken per dag maakten, een Nederlandse gezin dat 10 jaar geleden in Sarawak had gewoond, 4 Amerikanen die Mandarijn studeerden in Beijng, etc. Met velen van hen hebben we gedoken of gewoon zitten praten op de jetty of na het eten. Een bont gezelschap dus.

Op de ochtend van ons vertrek waren we om 6 uur aangekleed en gepakt en toen we onze veranda opliepen begonnen de militairen die naast ons uitkijkpost hadden (met uitzicht op de Filipijnse wateren) druk te zwaaien. Ze vertelden dat er net een Green Turtle het strand opgekomen was om eieren te leggen. En inderdaad, vlak naast hun uitkijkpost had de schildpad zich verstopt bij een boomstronk en maakte grommende geluiden terwijl de eieren werden gelegd. Wij namen foto’s maar de militairen ook, op hun mobiele telefoon (die verder overigens nutteloos was op Lankayan want daar was geen bereik). Na een kwartiertje was de schildpad klaar en zocht zijn weg terug naar de zee. Het kruipen over het strand ging langzaam en moeizaam maar zodra de schildpad het water had bereikt was hij (of eigenlijk een zij) met een paar zwemslagen uit zicht verdwenen. Een mooie afsluiting van ons verblijf op Lankayan.

De terugtocht met de boot terug naar Sandakan begon om 7 uur en duurde een kleine anderhalf uur. We reisden samen met het Nederlandse gezin dat op Sarawak had gewoond, de kok, een van de duikgisdsen en nog 3 leden van de staf van Lankayan Island Dive Resort (www.lankayan-island.com) . Na zo’n 20 minuten betrok de lucht en begon het stevig te regenen. Hoe verder je voorin de boot zat hoe minder nat je werd. De leden van de staf hadden ons voorin plaats laten nemen en zij werden behoorlijk nat. Bij de eerste regendruppels sprongen ze op en gingen midden in het bootje onder het afdakje staan om een beetje droog te blijven. Na de bui werden de bankjes afgedroogd en een half uurtje later waren we in Sandakan.

We hebben afscheid genomen van de Nederlanders en de staf en werden even bij ons hotel afgezet, het was nog geen 9 uur toen. Omdat Jur al zijn boeken uit had moesten we de stad even in en omdat we vermoeden dat het nog veel warmer zou worden in de loop van de dag hebben we dat meteen maar gedaan. Helaas bleek er in Sandakan geen boekwinkel te zijn, dus we hopen maar dat we vanaf maandag op Mabul boeken kunnen ruilen (dat kon op Lankayan wel, maar daar waren helaas alleen Duitse, Italiaanse en Chinese boeken). We besloten na de mislukte zoektocht naar een boekwinkel de 100 treden van een trap naar een uitzichtpunt dan ook maar te beklimmen. En bovenaan was The English Tea House & Restaurant, een heerlijk plekje met uitzicht op de daken van de stad en de baai. En belangrijke nog: goede koffie en een heerlijke lunch. Bij aankomst kregen we een nat koud handdoekje om mee af te koelen, heerlijk luxe maar wel een beetje koloniaal ;-)

Morgen vertrekken we voor een 3 daagse rivier- en jungletocht op de Kinabatangan River, de langste rivier van Borneo en dan door naar Mabul om weer te duiken. 4 maanden reizen is voor ons iedere dag genieten!

apr 29

Op 28 april bleek tijdens de lunch een grote groep Chinezen (waarschijnlijk uit Singapore want ze spreken volgens de staf Engels, Malay en Mandarijn door elkaar heen) aangekomen. Meteen was het druk en dringen bij het buffet. Toen we na de middagduik terug kwamen op de jetty was het ook meteen dringen bij de douches en spoelbakken. De groep gaat eindeloos onder de douches staan maar heeft nog niet in de gaten dat er nauwelijks water uitkomt als er meer dan 2 van de 4 douches aan staan of de kraan wordt geopend bij een van de 4 spoelbakken. Een andere duiker uit ons groepje en wij weten dat wel, dus als alle douches bezet zijn zetten we allemaal “toevallig” even de kraan van onze spoelbak open… Heel flauw maar wel grappig dat we zonder het er met elkaar over te hebben we allemaal hetzelfde denken bij deze groep. Het is even wennen na de rust van de afgelopen dagen waarbij we nooit met meer dan 5 personen hebben gedoken en we dus alle ruimte hadden in het restaurant en op de steiger…

Na al het zout van ons afgespoeld te hebben onder een warme douche zaten we ons logboek bij te werken op onze veranda toen vrijwel alle gasten van het hele resort over het strand voorbij ons huisje liepen: er werden baby schildpadden losgelaten! Een stuk of 50 piepkleine green turtles zaten in een teiltje en werden, vanwege het lage water, naar de noordpunt van het eiland gebracht waar het water wat dichter bij het strand stond. Ze mochten eerst gefotografeerd en vastgehouden worden door de toeristen en toen werden ze echt vrijgelaten. Door het zand ploegden ze zich een weg naar het water, zelfs een voetstap in het zand was voor een enkeling al een groot obstakel om weer uit te klimmen. Zodra de schilpadjes het water bereikt hadden zwommen ze er een stuk sneller vandoor dan dat ze konden lopen / kruipen. Na een paar slagen in het water kwamen ze even boven om adem te halen en zwommen vervolgens snel weg. Een enig gezicht ;-) De foto’s volgen half mei!

Net nu ik dit schrijf (zaterdagavond, Koninginnedag in Nederland) worden we weer geroepen, een volgend nest is uitgekomen. 54 stuks deze keer.

Verder vandaag weer 3 duikjes gemaakt. Bij de eerste duik vanochtend een 3 meter lange Leopard Shark gezien, zeer indrukwekkend. Toen Jur een foto maakte schrok hij op en zwom vlak langs ons weg. ‘s Middags zijn we lekker met z’n tweeen gaan duiken op het huis-wrak. Direct voor de jetty liggen 2 wrakken en een container, je springt van de jetty het water in, volgt het touw en het kan niet missen. Wel handig voor ons die touwen onder water die er als een soort broodkruimels van Klein Duimpje liggen zodat we de weg terug kunnen vinden, want onder water navigeren is van ons allebei niet onze sterkste kant is wel weer gebleken.

apr 27

Maandagochtend vroeg zijn we vanauit Kota Kinabalu naar Sandakan gevolgen. Op de luchthaven stond een busje voor ons klaar en in de haven lag een boot. Met verplicht een zwemvest aan was het een uur en kwartier varen tot we op Lankayan Island waren. Een groen pluk met een gouden randje (het zeer fijne standstrand rondom het eiland) in de Sulu Zee. We hebben hutje 16 gekregen, de laatst in de rij… We zaten overigens bij Magic Island (in huisje 1) en op Cabilao (in hutje Pluto) ook al in de verst weg gelegen huisjes vanaf het restaurant.

Tijdens de introductie door divemaster Mike werd er met geen woord gerept over de Whale Sharks, terwijl het volgens de site van het resort wel middenin het Whale Shark season is. Een blik in het gastenboek dat in het restaurant ligt leert overigens dat niemand het heeft over whale sharks ;-(

Het eten is in buffetstijl met een strak programma:
7-8 uur = ontbijt
10-11 uur = snack
13-14 uur = lunch
19-20 uur = diner
En tussendoor doe je 3 duiken, dus we hebben het druk ;-)

Het weer op Lankayan is wat wisselend. We hebben stralend blauwe lucht gehad, een enorm stortbui, onweer en bewolking. Dus van alles wat, maar overdag is het altijd warmer dan 30 graden en het koelt niet verder af dan een graad of 23 ‘s nachts.

Het zeewater is, denken we, een graad of 26 want volgens onze duikgids is het zicht bij water tot 26 graden over het algemeen wat slechter (5 tot maximaal 15 of misschien een keer 20 meter), en het zicht is niet best! Het schijnt wat beter te worden als het zeewater wat warmer wordt maar met overdag 30 en ‘s nachts 23 graden kan je uitrekenen dat het niet erg snel zal opwarmen op dit moment….

Voor ons huisje, dat aan het strand staat, zwemmen baby blacktip reefsharks rond. Heel leuk om te zien. Totdat Juriaan subtiel opmerkte dat ze in het ondiepe water zitten om veilig te zijn voor grote haaien die ze anders opeten maar vooral ook om zich te verheugen op de baby-schildpadden die een dezer dagen weer uit zullen komen. Dat is dan toch wel weer schokkend, ze zien er zo leuk uit die baby haaien….

Ons eiland ligt niet al te ver van Filipijnse wateren en wordt zwaar beveiligd. Er is security personeel die een paar rondjes per dag doen, er is politie en er was gisteren zelfs een militaire oefening op dit piepkleine eiland (waar je bij laag water in een kwartier omheen loopt). Toen de militairen vanmiddag met hun 2 legergroene boeten vertrokken zwaaiden ze overigens vriendelijk naar ons en maakten zelfs een foto van hoe wij er bij zaten in een ligstoel aan het einde van de jetty (op het heli-platform ;-) ).

Het duiken is dus wat “troebel” maar wel leuk, met name voor het kleine spul. Omdat de internetverbinding via satteliet gaat zullen we hier geen foto’s uploaden dus dat duurt tot half mei als we in Kuala Lumpur zijn, maar er zitten wel wat mooie plaatjes tussen.

Opvallend is overigens overal de naamgeving van de duiksites. Op Magic Island heette een plek Fish Feeding maar daar mocht je geen vissen voeren, en in Dolphin House zater (uiteraard) geen dolfijnen. Op Cabilao was er geen haai te zien op Shark Point. En de trend zet zich hier voort: op Froggies Fort zaten geen Frog Fish en ons werd afgeraden om naar Ray City te gaan, daar zullen wel geen roggen zitten. Er is geen duikplek hier die Whale Shark Avenue heet, dus we hebben nog hoop dat we in de komende 6 duikdagen er nog een zullen vinden, maar de kans lijkt wel erg klein als we het er met de staf over hebben.

Meer updates later, we doen nog een drankje en kijken of er nog babyturtles uit hun ei kruipen vanavond en dan morgen weer een drukke dag ;-)

gas tankless water heater prices pirodr! 666